De negen deuren van verdoving
Over de manieren waarop we de stilte ontwijken — en de moed om te blijven staan.
Eten, scrollen, roken, poetsen, praten, plannen, piekeren… Het zijn allemaal kleine vluchtwegen.
Zachte verdovingen voor iets wat dieper ligt. Omdat we stilte vaak zo moeilijk verdragen.
Sommige dingen doen we niet omdat we ze leuk vinden, maar omdat we even niet willen voelen.
Er zijn twee belangrijke vragen om je-zelf te stellen:
wat brengt dit me eigenlijk? en — misschien nog belangrijker — wat hou ik hiermee op afstand?
Stel je een ronde hal voor. Licht, stil, ademend.
Daar ergens in het midden ben jij — zonder afleiding, zonder ruis.
Het voelt fijn, maar ook een beetje ongemakkelijk.
Want stilte laat dingen horen, zien en voelen die we liever vergeten.
In de hal, om je heen, zijn er negen deuren en elke deur is een manier om (even) weg te glippen.
Dit zijn de deuren:
Eén – Mateloosheid
Altijd op zoek naar iets wat de honger stilt, al weet je niet precies waarnaar je honger hebt.
Twee – Luiheid.
Soms niets doen. Soms juist alles tegelijk.
(Druk zijn is ook een vorm van ontsnappen)
Drie – Hebzucht.
Verzamelen, bewaren, vasthouden.
Vier – Jaloezie.
De pijn van kijken naar wat een ander heeft — en vergeten wat van jou is.
Vijf – Woede.
De koude versie heet onverschilligheid.
De hete versie ken je wel.
Ergens ertussenin woont het verdriet dat je liever niet aanraakt.
Zes – Hoogmoed.
De eeuwige poging om perfect te zijn.
Alsof je liefde kunt verdienen door beter je best te doen.
Zeven – Lust.
De drang om gezien te worden, begeerd, gewild.
Om even te voelen dat je ertoe doet.
Acht – Angst.
De stem die zegt: “Wees voorzichtig, straks gaat het mis.”
En voor je het weet, bouw je muren.
Negen – Leugen.
De verhalen waarmee je jezelf geruststelt.
Of juist kleiner maakt.
De vraag is niet welke deur jij kiest.
De vraag is: waarom wil je eigenlijk de hal uit?
Misschien omdat stilte oude echo’s wakker maakt.
Herinneringen aan dat kleine kind in je dat ooit dacht:
als ik lief genoeg ben, laten ze me niet los.
Maar soms moet je precies daar blijven staan —
in die lege hal, met al die deuren dicht.
Even niets doen.
Even alles voelen.
Want ergens tussen ademhalen en huilen,
tussen weerstand en overgave,
wordt het stil.
En die stilte… is thuiskomen.